Copyright © 2019 Mols Poëzie Atelier.be : Alle rechten voorbehouden

00001929
mpa

Klik op het logo om verder te gaan






Het Mols PoëzieAtelier beheert de PoëzieRoute langsheen de Nete. Dit gedichtenparcours maakt deel uit van de stadswandeling 'Spijkers met koppen' (brochure te verkrijgen bij de Dienst Toerisme). De PoëzieRoute wordt 4x per jaar vernieuwd. De langs het water opgestelde gedichten zijn ook hieronder te vinden.




route.jpg


Toen


Toen zagen ze nog geen kamelen
maar hun zomers waren ook verrekt heet
Kleine woestelingen met vuil aan de schoenen
vergaten hun honger, moeder dan zei:
'Wees op tijd voor het eten.'

Uit hun bruine broekjes groeiden ze snel
het tapijt bleef echter vuil van wat zij
woestijnzand noemden en rond dat beeld
schiep zich een kader.
Moeder dan zei: 'Laat het proper achter.'

'Laat ze op tijd slapen gaan,'
wat haar moeder dan zei,
'Bederf hun zoete geest niet.'
Doch naast het bed strandden hun
woorden in de diepte van het dove donker.

'Laat ze maar doen,' zei moeder dan
'ze zoeken nog kamelen.'


Annie Jansen



Naar boven

op voorschot


laat ons doen alsof nu later is
die zee van tijd alvast bevaren
we stellen ons kompas af
koersen naar onbekende havens

we hoeven nergens lang te blijven
vertrekken als ons niets meer boeit
als roeiers die naar zee toe willen
maar s avonds alweer thuis zijn

in vergrijsde boekendorpen zijn reisgidsen
te vinden waarin we grenzeloos verdwalen
we kruisen oude zijderoutes
betreden tempels op gewassen voeten

laat ons voordat we stram en traag zijn
voor onze dromen al verjaard zijn
die zee van tijd alvast bevaren


Jacqueline Booij



Naar boven

dance macabre


het voorjaar is van start gegaan
een dichte keel tranende ogen
het kriebelt prikt en gloeit spontaan
de gok loopt zonder mededogen
genies gekuch geen wassen neus
voor mij een tijdvak van malaise
doch het is niet infectieus
het is gewoon de pollenaise


yoob



Naar boven

De afwezige


Het is niet dat ik hem vereerde
of mateloos bewonderde
misschien heel vroeg wel, even,
als kind.

Ook haatte ik hem nooit
ik zou niet geweten hebben waarom
de dagen verstreken zonder heftig leven
zomaar.

Er was meestal een gemakkelijke stilte
soms een praktisch woord, een alledaagse
opmerking, soms luid, vaak mild
gesproken.

Maar er waren altijd wel zijn ogen en
meer helpende handen dan woorden
nog lang nadat ik het huis verliet
en vanzelfsprekend.

Vooral was er zijn trots, onuitgesproken
als zijn zoon bereikte wat hem nooit was
gegund, er werd dan niet gejuicht of gekust
trots was er stil.

Zo weet ik dat ik vaak ongeweten
werd gekoesterd en op mijn beurt
ken ik hem nu meer en meer in zijn
eeuwige afwezigheid.


Jos Deckx



Naar boven

lopen langs de oever
jij aan de overkant
de stroom te woest
en zwikkend op de keien
raak ik maar net je hand

lopen langs de oever
jij aan de overkant
de stroom te diep
vier voeten in het water
zo zoeken ze een band

lopen langs de oever
jij aan de overkant
de stroom te breed
een brug verbindteven
twee oevers tot één land

lopen langs de oever
jij aan de overkant
de stroom te wijd
meten lang verlangen
blijf ik hier aan de rand

lopen van de oever
naar lopen langs het strand
de stroom werd zee
de vloed zal onze sporen
wegspoelen met het zand


lieven van vaerenbergh


Naar boven

Eén klaagzang van bodemloze wanhoop

Zonder wierook, goud, mirre, zonder het geluk van Jaïrus,
verpletterd onder de ondraaglijke hunker naar een
ontglipte schat, is boos en bitter het ouderverdriet,

dat verweesd en verdwaald op de vluchtstrook van
verdwazing en weemoed, zich verliest in onschuld
en de barst in het hart, een afgrond zonder bodem.

Voor dit gemoed, gevoed met de honger en dorst naar
medeleven en begrip is er geen schuilen voor wat huilen
doet of een deur naar geluk trachtende gedachten.

Een druppel is de springvloed van dijkbrekende tranen
die bewenen wat verdwenen is. Terwijl hun wereld
blank staat, verdrinkt hun smart in een vloeken
dat zelfs de duivel tart.

Waarom de hemel met vurige gebeden de zegen
afsmeken, als God, de vuige valsspeler,
zonder schaamrood of aanstoot met koud geweld,
blind voor mijn en dijn, hun kind ontbood!

Paul Sannen


Naar boven

kroniek van de nageblevenen


zachtjes werd een zwerm vogels teruggefloten
het dampende paard weer aangebonden
een verdwaalde kat naar binnen gelokt

de kinderen te slapen gelegd
in gedempt vertelde verhalen waren
na het ontwaken verdwenen onder bed of tafel

tot een lied van herkenning de kamers vulde
en we met snelle vingers de luchten opnieuw
in kaart brachten op de bedauwde ramen

onze schaduwen buiten gebleven
bleken krom en klein maar niemand
die dacht ons daarom na te wijzen

we ontkwamen in die dagen onze dromen niet
braken wat we verlangden voortijdig aan
later was zoethout voor wie nog wilde twijfelen


paul vincent


Naar boven

meritemaatschappij


als je niet hoeft te bedelen
als je je boterham met beleg
en een dak boven je hoofd
mag verdienen
dan behoor je tot de gelukkigen

dat is de ultieme betrachting
bij minder ga je langzaam dood
voor wie meer meriteert
begint de multiplicator dol te draaien
ten koste van de armoedzaaiers


Walter Luyten



Naar boven

De Nethe verstilde die avond


een respectabel Belgisch compromis
met een fijn bescheiden zonnetje
en een iets wilder najaarsbriesje
mijn outfit ook: blote tenen een dikke sjaal

de eik en de cypres staarden me aan,
naar alle waarschijnlijkheid
ooit gepland met een d … en iets later ook met een t …
hoe dan ook, uiteindelijk net iets te dicht bij elkaar gepland/t

met de laatste wolkenslierten speelden ze gretig 'zonnetje-pak'
en verfijnden hun kunst om niet in elkaars schaduw te vallen
zoals de wijze Gibran het destijds voorzag

zij verwelkomden mij met licht geritsel,
vlochten samen hun kruin voorbij, tak na tak de hemel in

het winteruur was net begonnen,
te vroeg te donker dus

er viel wellicht het juiste licht die avond
toen ik hem voor het eerst zag,
hij keek naar boven
en daarna een heel klein beetje schuin,
heel eventjes maar,
maar toch … naar mij

ik meende een glimlach te ontwaren
mijn sandalen zetten vrolijk alle kiertjes open,
mijn sjaal hield dapper het laatste vleugje zomer vast

zachtjes vroeg hij of hij een arm rond mij mocht leggen,
ik keek naar boven,
de bomen schudden dat ik geen 'neen' mocht zeggen.


Wivine Vanmechelen


Naar boven

Copyright © 2019 Mols Poëzie Atelier.be : Alle rechten voorbehouden