Copyright © 2020 Mols Poëzie Atelier.be : Alle rechten voorbehouden

00002348
mpa

Klik op het logo om verder te gaan






Het Mols PoëzieAtelier beheert de PoëzieRoute langsheen de Nete. Dit gedichtenparcours maakt deel uit van de stadswandeling 'Spijkers met koppen' (brochure te verkrijgen bij de Dienst Toerisme). De PoëzieRoute wordt 4x per jaar vernieuwd. De langs het water opgestelde gedichten zijn ook hieronder te vinden.




route.jpg


atheneummeisje


op een witte minifiets reed ze
door de halfschaduw van hoge bomen
langs de zonbeschenen baan
donker van haar en grote donkere ogen
haar schooltas iets te onhandig
op de bagagedrager

ze was ver te ver weg

later veel later in de bruinste
van alle bruine kroegen
zat ze met haar hondje op de schoot
hij begon tegen het hondje te praten
het reservaat
golden ophelia
wierook en tranen
deden de rest


Dré Bleys



Naar boven

jeugdsentiment


opgenomen in het reliëf
van gelaagd sediment
verscholen achter helmgras en duinen
deed het avondrood ons blozen

verzilt verstrengelden wij prille begeerten
wasten onschuld af in zee
tot het getij onze dromen keerde
op andere stranden achterliet

met nieuwe duinen in het verschiet


Jacqueline Booij



Naar boven

men zegt
elk vogeltje zingt
zoals het gebekt is
je hoort de verleiding
je voelt de bekoring
je wipt en
je fladdert dichterbij
je taxeert dat frêle ding
de veertjes de pootjes
de oogopslag en meer

je twijfelt maar
onweerstaanbaar
zing je samen
toch hetzelfde lied


Walter Luyten



Naar boven

de stilte van 110 dB


'k ontmoette haar in Idar - Oberstein
naast mij een discotheek naar binnen persend
de aanblik van haar schoonheid deed mijn polsslag stijgen
pardoes dook ze al struikelend voorover
doch net op tijd omsloot mijn hand
- die toch al onderweg was zacht haar te beroeren -
haar arm, voorkwam daarmee een ramp
ik zag haar - meen ik - 'danke' fluisteren, of was het roepen?

ik liet haar niet meer los, bleef met haar dansen
erotisch zacht beroerde ze mijn strak gespannen lijf
zodat mijn razend bloed 't verdoofde hoofd
in euforie en zaligheid verplaatste
opnieuw zag ik haar fluisteren, of was het roepen?
wat ze ook zei, ik hoorde slechts
'zu dir oder zu mir?'


yoob



Naar boven



ode aan een viswijf


o schone, hoe goed is uw waar

bruisend gezond als het zeewater zelf

op een lentedag tijdens de vloed

en hoe lieflijk is de wijze

waarop gij uw waar aanprijst

ik bemin de schoonheid van uw stem

de warmte van uw zware keelgeluid

ik aanbid de charme waarmee gij

uw waar van verpakking voorziet

en waarmee gij het wisselgeld offreert

schoonste, als ik u zie

honger ik naar uw paling


yoob



Naar boven

Ik was achttien


Ik was achttien, bijna negentien
en ongelukkig, want pas afgewezen.
Bovendien was mijn brommer gepikt
dus moest ik op een oude fiets
op zoek naar een nieuw lief.

Lang heb ik niet rondgereden
op een dag werd ik aangezocht,
ik aarzelde, zij drong aan.
Al bijna een halve eeuw leven wij
ondertussen als relicten uit een
oude beschaving gelukkig saam.


Jos Deckx



Naar boven

Hotelkamer


Wat zijn nachten als nachten niet zijn
als pokeren met hevig spel.
Met een zeurig gemis is het allicht
een hoop sterren aan de hemel
zonder licht, bloemen zonder veld.

Het is niet erg te moeten wachten in
een kamer zonder naakte zonder kabel
in een warm vreemd land met
de ellebogen op de balustrade,

tot het vuur aan de huid komt likken van
haar met het kleed in vijftig luipaardtinten.
Wat blijven dan nachten als nachten
geen tijd hebben te wachten op hun brand.


Annie Jansen



Naar boven

bijna iedereen vindt mij
zielig op veertien februari


mijn man wil niet van me houwen
t is nogal ne kouwe - ik niet

hij telt aan een of andere pool
de pingwins naar het schijnt
is hij daar goed in - ik niet

ik weet heus wel dat ik
die beesten fout spel hij kan ze
intikken met 2 puntjes - ik niet

hij telt ze per 10 wil er blijven
tot ze zijn uitgestorven - ik niet

t is voor iets internasjonaal
een fonds met zijn naam ofzo
hij droomt van de nobelprijs - en ik

ik heb alweer de fietsband
van de jongste zoon geplakt
ik - wie anders


paul vincent


Naar boven

De weg vragen


Onschuldig, met de kaart in de hand,
toch de weg vragen.

Aan een lekkere griet,
die achter haar borsten geborgen
met fruitig getuite lippen
onmiddellijk de juiste weg …

Dank u, dank u en met flukse stap …

Toch het noorden kwijt.

Onzeker terugkeren of
zijn het de eerste hoopvolle stappen naar iets moois?


Paul Sannen


Naar boven

Copyright © 2020 Mols Poëzie Atelier.be : Alle rechten voorbehouden